De impact van De Stijl
Het begrip ‘De Stijl’ wordt geassocieerd met de minimalistische composities van Mondriaan en met de stoel en het fameuze huis van Gerrit Rietveld. Beelden die in de afgelopen eeuw tot het collectief geheugen van de Nederlandse visuele identiteit zijn gaan behoren. Die symbool staan voor het idee van ‘vernieuwing en vooruitgang’ dat we graag tot ons nationale karakter rekenen.

Honderd jaar geleden was dit referentiekader totaal anders. Noch in de gedistingeerde herenhuizen van de elite met gecapitonneerde meubelen voor goudkleurig Fleur-de-lys-behang, noch in de krappe arbeidshuizen met wastobbes, poepdozen en nauwelijks stromend water was er enig besef dat er in Leiden, Utrecht en Laren kunstenaars bij elkaar over de vloer kwamen die een nieuwe ‘orde’ nastreefden; eerst in de kunst, maar uiteindelijk in de hele maatschappij. Kunstenaars die de visie én de verbeeldingskracht hadden om het grote modernistische project op poten te zetten dat de twintigste eeuw zou gaan definiëren. Uit het niets. In een maatschappij die daar aanvankelijk niet ontvankelijk voor was en die ze misschien ook wel – vanuit conservatisme – voor gek verklaarde, wanneer ze hoorde van de ideeën. Gelukkig waren er opdrachtgevers – zoals Truus Schröder in Utrecht – die wel ontvankelijk waren voor de nieuwe visie en belangwekkende opdrachten gaven.

Vier mannen met een concept en geloof. Als iets de De Stijl-beweging tot voorbeeld maakt, dan is het dat: de kracht om een nieuwe kunstvisie na te streven die aan niets dat al bestond te relateren was en dus echt ‘nieuw’ was. Een stijl ook, waarmee de kunstenaars buiten de contouren van het schilderij of het beeldhouwwerk traden en met hun vertaling naar ruimtelijke concepten het aanzien van een complete samenleving zouden gaan veranderen (overigens samen met ‘geloofsgenoten’ van het Bauhaus in Dessau).

Dat na de Tweede Wereldoorlog alom in Nederland witte muren de huiskamers gingen domineren en dat tijdens de wederopbouw met de principes van het Nieuwe Bouwen in een gestage stroom huizenblokken met goede hygiënische voorzieningen in keuken en badkamer (licht, lucht en reinheid) konden worden ontwikkeld, vindt zijn oorsprong in het veldwerk van Mondriaan, Van Doesburg, Van der Leck, Rietveld en Oud en in Duitsland Gropius en Van der Rohe.

Een wezenlijk aspect van De Stijl is de conceptontwikkeling die plaats had tussen kunstenaars (niet altijd vrienden); kunstenaars en architecten die ideeën en inzichten met elkaar deelden en aan elkaar scherpten (en daar ook ontzettende ruzie over konden krijgen). In de allereerste plaats natuurlijk in het tijdschrift zelf, waarmee alles begon. Hoe heterogeen de beweging ook was, er was wel een onuitgesproken besef dat je als groep samen tot nieuwe concepten kwam, meer dan als individu.

Artistiek gezien is het ‘minimalisme’ van De Stijl in het DNA van de moderne- en hedendaagse kunstenaar en vormgever terecht gekomen. Het esthetisch besef dat aan de kleur- en vormleer is verbonden, is als artistieke erfenis niet meer weg te denken in de actuele kunstpraktijk en heeft ook zijn weg gevonden naar de grafische vormgeving en het productdesign. Het systematisch analyseren van de werkelijkheid en die terugbrengen tot haar essentie (lijn, vlak, vorm, kleur), om vervolgens met die componenten nieuwe (artificiële) werelden te bouwen, is van extreme importantie gebleken. Het heeft de visuele cultuur van de twintigste eeuw radicaal veranderd en beïnvloedt tot op de dag van vandaag iedereen die met esthetiek bezig is, van kunstenaar tot architect tot vormgever.